Nieuws

Lezen is leuk en belangrijk!

Een spannend, avontuurlijk of informatief boek lezen is niet alleen leuk, het is vooral superbelangrijk. Maar hoe zorg je ervoor dat leerlingen in tijden van vluchtige video’s toch hun leesvaardigheden verbeteren en vol enthousiasme een boek pakken? Voor die vragen moeten de scholen van Stichting Baasis bij de expertgroep lezen

Lees verder »

Samen met André Kuipers de kwetsbare aarde bekijken: ‘Nu snap ik het echt’

‘Een hele happening, verbluffend en spannend, maar vooral heel leerzaam.’ Zo omschrijft Robert Emmelkamp, directeur en leerkracht van de Quintusschool in Glimmen het bezoek aan de Spacebuzz. Want dit voorjaar stond er een heuse spaceshuttle op het schoolplein, waarin leerlingen van groep 7 en 8 virtueel – en onder begeleiding van astronaut André Kuipers – vanuit de ruimte konden kijken naar de aarde. ‘Leerlingen raken zo nog bewuster van de kwetsbaarheid van onze planeet.’

De ruimtereis in de Spacebuzz – die bijna alle scholen van Stichting Baasis aandeed – duurde zo’n 15 minuten. Genoeg tijd om indruk achter te laten bij de leerlingen, zag Robert. ‘Iedereen krijgt een VR-bril op, je voeten bungelen boven de grond en als je naar beneden kijkt, lijkt het alsof je zweeft. Het is alsof je met de raket de ruimte in gaat. Dus je stijgt op en de shuttle trilt en maakt rare geluiden, zeker als je door de dampkring gaat. Het is echt spannend, daarom is de ruimtereis alleen geschikt voor onze bovenbouwleerlingen.’

Zorgen voor de aarde
Tijdens de reis neemt André Kuipers de jonge astronauten mee door de ruimte en laat hij de kwetsbaarheden van de aarde zien. ‘Je ziet bijvoorbeeld hoe het oerwoud krimpt, hoe de zee opwarmt en leert hoe belangrijk algen zijn voor de productie van zuurstof. Ook zie je het noorderlicht en reis je naar de maan. Dan zie je pas goed hoe kwetsbaar de aarde is’, vertelt Robert. ‘De Spacebuzz brengt de wereld naar kinderen toe en laat hen inzien dat ze goed voor onze planeet moeten zorgen. Want die verantwoordelijkheid ligt bij de mens, dus ook bij onze leerlingen.’

Fantastische ervaring
De reacties van de leerlingen waren enthousiast. ‘Ze vonden het fantastisch. Een van de kinderen zei: ‘Onze meester kan het allemaal heel goed uitleggen, maar door de Spacebuzz heb ik ervaren hoe het echt zit’. Ook de andere leerlingen vonden het heel leuk en erg leerzaam’, vertelt Robert. ‘Eigenlijk kan hier geen aardrijkskundeles tegenop. Door iets te ervaren, snap je iets vaak pas goed.’

Wereldburgers
Het bezoek aan de Spacebuzz past heel goed bij het onderwijs dat Stichting Baasis geeft. ‘We leiden op onze scholen wereldburgers op. Want we wonen niet alleen in Glimmen of in Zuidlaren, we leven ook in Nederland en Europa en zijn onderdeel van de wereld’, zegt Robert. ‘Daarom willen we dat leerlingen beseffen dat ze keuzes moeten maken voor de toekomst van de aarde. Die beginnen al klein in hun eigen omgeving. Welke boodschappen haal je? Waar bestel je online je spullen? Of met welk vervoer ga je op reis?’

De ruimtereis is zo goed bevallen dat Stichting Baasis van plan is om de Spacebuzz eens in de twee jaar te laten opstijgen. Robert: ‘Want het is een fantastische ervaring die we elke leerling van groep 7 en groep 8 gunnen. Maar het belangrijkste is dat ze met eigen ogen ervaren hoe kwetsbaar de aarde is. Dat willen we onze leerlingen graag meegeven.’

Taalschool De Atalanta kan door: ‘Nieuwkomers verdienen een goede start’

Goed nieuws voor leerlingen en medewerkers van Taalschool De Atalanta in Eelde. Gemeente Tynaarlo en Stichting Baasis hebben het convenant, waarin afspraken staan over de samenwerking, verlengd. Dat betekent dat kinderen van nieuwkomers ook de komende jaren verzekerd zijn van een goede start in het Nederlandse onderwijs. ‘Daar zijn we enorm blij mee’, zegt Leonie Magnin, directeur van De Taalschool en obs De Veenvlinder.

Eigenlijk was het verlengen van het convenant een formaliteit, vertelt Leonie. ‘We hebben al jaren een prettige samenwerking met de gemeente Tynaarlo. Beide partijen vinden het onderwijs voor nieuwkomers heel belangrijk en zijn blij met de kennis en kunde die het team van Taalschool De Atalanta door de jaren heen heeft opgebouwd. We zien samen het belang in van het onderwijs voor deze groep kinderen. We trekken daarin echt samen op.’

Taalschool De Atalanta is zoals gezegd bedoeld voor nieuwkomers. ‘Kinderen van het asielzoekerscentrum in Paterswolde komen hier allemaal naartoe, maar ook kinderen uit Oekraïne of leerlingen die door gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen en in de gemeente Tynaarlo wonen’, vertelt Leonie. De school is voor kinderen van 6 tot 12 jaar.  ‘Kleuters van 4 en 5 jaar gaan naar een reguliere basisschool, omdat zij daar sneller de Nederlandse taal oppikken.’

Niet te vergelijken
De leerlingen van de taalschool hebben vooral behoefte aan onderwijs en een veilige, warme omgeving waarin zij zich welkom en gezien voelen. ‘Ze spreken bij binnenkomst vaak geen woord Nederlands en zijn soms helemaal niet bekend met een schoolse omgeving. Of zijn getraumatiseerd’, vertelt Leonie. ‘Het is bijna niet te vergelijken met het onderwijs op reguliere scholen. Het draait vooral om taalonderwijs, maar we geven bijvoorbeeld ook rekenen, muziek en biologie. We hebben nu drie klassen van maximaal vijftien kinderen en kijken vooral naar de ontwikkeling van het individu.’

Gemiddeld kost het vijf jaar dat een leerling de Nederlandse taal volledig eigen is. ‘Maar dat verschilt natuurlijk per kind. De meeste leerlingen bezoeken de taalschool 40 tot 60 schoolweken en stromen daarna uit naar een reguliere school. We toetsen onze leerlingen heel vaak zodat we een goed beeld hebben van de ontwikkeling. De gemeente onderschrijft uiteraard ook het belang van goed onderwijs aan deze doelgroep. Het doel is om leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op een start in het reguliere onderwijs. Dat kan op een school van Stichting Baasis zijn, maar het komt ook vaak voor dat leerlingen ineens weggaan, omdat ze naar een ander AZC in Nederland verhuizen of elders in het land een woning krijgen toegewezen.’

Onder een dak
Als kinderen wel in Eelde of Paterswolde blijven wonen, kiezen ze vaak voor De Veenvlinder. ‘Daarom is De Veenvlinder een heel rijk gekleurde school met veel kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond. Daar ben ik blij mee. Want dit is onze maatschappij’, zegt Leonie. ‘We leren van elkaar en respecteren elkaar. Dat is waar Stichting Baasis voor staat. Daarom is het helemaal goed dat De Veenvlinder en Taalschool Atalanta in 2026 in hetzelfde gebouw komen. Dan zitten we onder één dak. Dat komt de integratie nog meer ten goede.’

Stabiliteit
Leonie is ook blij met het vaste team dat al jaren werkzaam is op de taalschool. ‘De samenstelling is stabiel, terwijl onze omgeving dat niet is. Door de oorlog in Oekraïne bijvoorbeeld, kregen we ineens veel kinderen uit dat land. Dan is het fijn dat we kunnen terugvallen op de ervaring en stabiliteit van ons team. Daarom zijn we ook blij met de steun die we vanuit het bestuur van Stichting Baasis en vanuit de gemeente krijgen. We overleggen regelmatig hoe we het onderwijs zo goed mogelijk kunnen inrichten. Dat is fijn, want ik weet uit verhalen van collega’s elders in het land ook dat dat anders kan.’

Groei in actie: het verhaal van Bertjan bij Stichting Baasis

“Je kunt niet van kinderen vragen om te groeien, als je dat zelf niet durft.”

Bertjan Koops van ‘t Jagt is schoolcoördinator op OBS Ter Borch. In dit interview vertelt hij hoe groei, leren en ontwikkelen voor hem geen abstract beleid is, maar dagelijkse praktijk voor zichzelf, voor het team en voor de stichting als geheel.

Groeien begint bij jezelf
Voor Bertjan is persoonlijke ontwikkeling geen bijzaak. “Ik ben best kritisch op mezelf,” vertelt hij. “Ik probeer eerst naar mijn eigen handelen te kijken voordat ik iets buiten mezelf leg.” Die houding sluit naadloos aan bij hoe hij Stichting Baasis ervaart: een organisatie waar ruimte is om te leren, vragen te stellen en keuzes te maken die bijdragen aan je ontwikkeling.

Die ruimte voelde hij al vanaf zijn start. Toen hij begon bij OBS Ter Borch was hij net gestart met de schoolleidersopleiding. Eén voorwaarde had hij wel, zijn tweede opleidingsjaar wilde hij afronden. “Dat was geen discussiepunt. Er werd meteen gezegd: natuurlijk, dat regelen we. Dat gaf direct het gevoel dat we op één lijn zaten als het gaat om ontwikkeling.”

Van leerkracht naar leidinggevende
Bertjan begon ooit voor de klas, maar merkte op een gegeven moment dat het begon te knagen. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik toe was aan een volgende stap in mijn eigen ontwikkeling.” Dat besef bracht hem richting een leidinggevende rol, niet omdat hij het onderwijs wilde verlaten, maar juist omdat hij zich binnen het onderwijs verder wilde ontwikkelen.

De overstap maakte hij bewust op een nieuwe school. “In een nieuw team starten in een nieuwe functie maakte het makkelijker. Er was geen vast beeld van mij als ‘die ene collega’, waardoor ik echt in die rol kon groeien.”

Ontwikkeling als gezamenlijke verantwoordelijkheid
In zijn huidige rol ziet Bertjan hoe belangrijk het is om ook anderen ruimte te geven om te groeien. “We proberen teamleden te faciliteren in tijd en ruimte, zodat ze zich kunnen ontwikkelen op een manier die past bij henzelf én bij de school.” Dat vraagt soms ook kwetsbaarheid. Groei brengt onzekerheid met zich mee. Durven zeggen: ik weet het even niet, dát is kracht.”

Die openheid is volgens hem voelbaar in het team. In gesprekken, tijdens lesbezoeken, maar ook gewoon bij de koffie. “Als het te snel gaat, wordt dat uitgesproken. Als iemand iets nodig heeft om zich te ontwikkelen, dan is daar ruimte voor. Dat ontstaat alleen als je het gesprek echt met elkaar voert.”

Zichtbaarheid maakt het verschil
Wat Bertjan sterk waardeert aan Stichting Baasis, is de betrokkenheid vanuit de organisatie. “Mensen van het stafbureau komen letterlijk de school in. Ze vragen hoe het gaat, hoe je je voelt in je werk, waar je tegenaan loopt.” Niet omdat het moet, maar omdat het helpt. “Die zichtbaarheid maakt dat je je gehoord voelt en dat maakt ontwikkelen makkelijker.”

Ook tussen scholen onderling wordt kennis gedeeld. In werkgroepen, samenwerkingen en informele contacten. “Niet iedereen hoeft alles zelf uit te vinden. Als iets werkt, deel je het. En als het niet past, laat je het liggen, ook dat is prima.”

Waarom groei onmisbaar is
Waarom is groei, leren en ontwikkelen zo belangrijk voor Stichting Baasis? Voor Bertjan is dat helder: “We werken met kinderen. Van hen verwachten we dat ze zich ontwikkelen, ieder op hun eigen manier. Dan kunnen wij als professionals niet zeggen: voor ons geldt dat niet.”

Volgens hem vraagt goed onderwijs om professionals die blijven kijken, blijven leren en durven aanpassen. “Het hoeft niet perfect. Dat kan ook niet. Maar je moet wel elke dag een klein beetje beter willen zijn.”

Sleuteloverdracht IKC De Brink in Haren

Vrijdag 13 maart 2026 vond de officiële sleuteloverdracht plaats van het nieuwe integraal kindcentrum IKC De Brink, aan de Rummerinkhof 8 in Haren.
 
Een prachtige stap richting een inspirerende leer- en speelomgeving voor kinderen in Haren. Met deze sleuteloverdracht is de afronding van de nieuwbouw gemarkeerd.
Aannemer Hesco Bouw, wethouder onderwijs Carine Bloemhoff en schooldirecteur Rudie Bilder verrichtten de overdracht, in aanwezigheid van leerlingen uit groep 8. 
Aansluitend kregen genodigden een eerste rondleiding door het moderne en toekomstgerichte gebouw.
 
De komende periode wordt de buitenruimte verder ingericht en na de meivakantie 2026 neemt IKC De Brink het nieuwe gebouw in gebruik.

Waarom Baasis ruim twintig medewerkers opleidt tot kwaliteitscoördinator

Bij Stichting Baasis volgt een groep van ruim twintig leerkrachten en intern begeleiders dit schooljaar de opleiding tot kwaliteitscoördinator. Met als doel om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Vier vragen en antwoorden over het belang van een kwaliteitscoördinator.

In het kort: wat doet een kwaliteitscoördinator precies?

Een kwaliteitscoördinator is samen met de directeur van de school verantwoordelijk voor de continue verbetering en bewaking van de kwaliteit van het onderwijs. Samen zorgen ze ervoor dat zowel de leerlingen als leerkracht het beste in zichzelf naar boven halen. De kwaliteitscoördinator heeft daarin drie taken: leercoördinator, trendanalist en zorgregisseur. De kwaliteitscoördinator monitort bijvoorbeeld schoolresultaten, coacht leerkrachten en regelt dat leerlingen goede extra ondersteuning krijgen als dat nodig is, bijvoorbeeld kinderen met dyslexie.

Waarom volgen zo veel Baasis-medewerkers de opleiding tot kwaliteitscoördinator?

Stichting Baasis vindt het belangrijk dat de kwaliteit van het onderwijs op alle dertien basisscholen omhoog blijft gaan. Nu, maar ook in de toekomst. Daarin heeft een kwaliteitscoördinator een grote rol. Elke maand komen de twintig deelnemers een dagdeel bij elkaar. Elke school heeft een of meerdere deelnemers. Stichting Baasis biedt medewerkers graag de kans om zich te blijven ontwikkelen. Van die opgedane kennis profiteert niet alleen de individuele medewerker, maar uiteindelijk de hele organisatie.

Waarom is het volgen van zo’n opleiding interessant voor iemands eigen ontwikkeling?

Een Baasis-leerkracht met ruim twintig jaar ervaring wilde graag meer kennis over het onderwijsvak opdoen. Daarom deed ze jaren geleden de opleiding tot intern begeleider. Ze merkte al snel dat die nieuwe taak haar veel energie gaf. Nu is ze een vraagbaak voor haar collega’s en zet ze met haar coachende rol het schoolteam of een individuele collega in beweging. Hoe iemand beter instructie kan geven zodat de lesstof beter aansluit op de leerling bijvoorbeeld. Ze draagt bij aan de ontwikkeling van de leerkrachten en dus uiteindelijk ook aan de betere resultaten van leerlingen. Daar haalt ze veel voldoening uit. Daarom volgt ze nu ook de opleiding tot kwaliteitscoördinator, die de taak van intern begeleider straks vervangt. Stichting Baasis geeft leerkrachten dus volop kansen om zichzelf te ontwikkelen.  

Welke rol heeft een directeur in het verbeteren van de onderwijskwaliteit?

Het is essentieel dat directeur en kwaliteitscoördinator goed samenwerken. Ze zijn elkaars sparringpartner en zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op een school. Samen bepalen ze de doelen.

Els en Moniek volgen opleiding tot kwaliteitscoördinator: ‘Onderwijs kan altijd beter’

‘We zijn allebei kartrekkers, we houden van verdieping en we willen meer dan alleen voor de klas staan.’ Niet zo gek dus dat Els Bousema en Moniek Homan, beiden leerkracht bij obs De Veenvlinder in Eelde, de vraag kregen om binnen Stichting Baasis de opleiding tot kwaliteitscoördinator te volgen. Dat doen ze samen met ruim twintig andere collega’s van Baasis. Een gesprek met de twee gepassioneerde leerkrachten, die na de eerste maanden de tussenstand opmaken.

Waarom zijn juist jullie gevraagd om de opleiding tot kwaliteitscoördinator te volgen?

Els: ‘Ik sta nu bijna 25 jaar voor de klas en ben naast leerkracht van groep 5 ook taal- en bouwcoördinator. Het heeft met altijd wel getriggerd om mijn kennis te verdiepen. Want ik wil graag meer dan alleen voor de klas staan.’

Moniek: ‘Voor mij geldt hetzelfde, ik geef vijftien jaar les. Dit jaar aan groep 6. Ik heb in ontwikkelgesprekken met onze directeur aangegeven open te staan voor verdieping. Els en ik zijn allebei enthousiast, nieuwsgierig en houden ervan om zaken uit te zoeken. Het kan wat ons betreft altijd beter.’

Els: ‘We zijn allebei aanjagers van nieuwe ontwikkelingen in het onderwijs. Soms lopen we daarin iets te hard van stapel en worden we teruggefloten door ons team, haha. Het mooie aan deze opleiding is dat die vanuit Stichting Baasis zelf komt. We mogen samen met collega’s van andere scholen de kar trekken. Dat vind ik heel krachtig.’

Moniek: ‘Daarbij gaat het niet om ons, maar om de kwaliteit van het onderwijs. Alle scholen binnen Stichting Baasis bewandelen hetzelfde pad, maar doen dat op hun eigen manier. Dat maakt deelname aan de opleiding extra interessant.’

Wat merken leerlingen straks van de kwaliteitscoördinator?

Els: ‘Een kwaliteitscoördinator gaat preventief te werk. Dus al aan de voorkant bepaalt die samen met een leerkracht wat een leerling nodig heeft. En dus niet ‘achteraf repareren’. Daarnaast zorgt een onderwijscoördinator voor een groeiende lijn in het onderwijs. Van groep 1 tot groep 8. We willen naar steengoed onderwijs. In de opleiding zijn we bezig met een ontwikkelplan, een levend document waarin de uitgangspunten van elke school anders zijn. Centraal voor ons staat: de leerkracht moet in zijn of haar kracht gezet worden.’

Moniek: ‘We moeten terug naar de basis, zodat we elke leerling goed bedienen. Nu is het zo dat een leerkracht vaak, overdreven gezegd, met 100.000 dingen tegelijk bezig is. Als voorbeeld noem ik ‘kraanwaterdag’. Moet een leerkracht daar echt mee bezig zijn of moet die zich vooral focussen op de kinderen en hen vooral leren om goed te spellen, rekenen en schrijven? We staan voor goed onderwijs en dat hoeft niet altijd leuk te zijn. We mogen daarin kritischer zijn naar elkaar.’

Els: ‘Een kwaliteitscoördinator gaat meekijken met de leerkracht en krijgt een coachende rol. Wat heeft de leerkracht nodig? Wat heeft een leerling nodig? Uiteindelijk bepaalt de leerkracht samen met de kwaliteitscoördinator welke aanpak nodig is voor een kind en gaat daarmee aan de slag, samen met de leerling. Zodat het echt van de leerkracht wordt en niet van een externe begeleider die geen idee heeft wat er zich afspeelt in een klas. De leerkracht is straks de spin in het web.’

Wat doen jullie door de opleiding nu anders dan voorheen?

Moniek: ‘Als er iets speelt, waar ik het antwoord niet op weet, grijp ik nu eerder naar vakliteratuur. Bijvoorbeeld bij een kind met autisme. Nu ga ik op onderzoek uit: hoe kan ik die leerling zoveel mogelijk in de klas houden?’

Els: ‘Ik stap nu veel eerder op collega’s af als ik zie dat die ergens moeite mee hebben. We doen het samen! We zijn door de opleiding nog bewuster en gerichter met de kwaliteit van ons onderwijs bezig.’