Bij Stichting Baasis is beweging een vanzelfsprekend onderdeel van leren en ontwikkelen. Van een korte danspauze na een intensieve rekenles tot taalopdrachten op het plein of tafels oefenen met een stuiterbal: kinderen leren met hun hoofd én hun lijf. Zo ontstaat een schooldag die energie geeft, concentratie verbetert en kinderen helpt om met plezier nieuwe stappen te zetten. En dat allemaal dankzij het harde werk van de expertgroep dynamische schooldag, die zelf ook een hekel heeft aan stilzitten. Susan Menger, kartrekker van de groep. ‘We maken leren inzichtelijker en actiever.’
Alle scholen van Stichting Baasis zijn vertegenwoordigd in de expertgroep, die bestaat uit vak- en groepsleerkrachten. Susan, gymleerkracht op IKC Quintusschool in Glimmen en OBS De Wissel in Haren: ‘Samen komen we met ideeën om beweging een belangrijkere plek te geven tijdens een schooldag. Dat doen we praktisch door zelf gymlessen te geven aan leerlingen, maar ook door meer bewustzijn te creëren over de voordelen van een dynamische schooldag. Samen met de andere leden van de expertgroep wil ik dat bewegen zich als een sneeuwbal verspreidt over onze scholen.’
Beweegmomenten inroosteren
De expertgroep moedigt scholen aan om beweegmomenten in te roosteren. ‘Een goede verdeling van beweging op de dag is belangrijk. Als een klas voor de pauze een gymles heeft gehad, kan het beweegmoment mooi wat later op de dag. Bijvoorbeeld op het schoolplein’, vertelt Susan.
Ook heeft de expertgroep korte beweegmomenten – energizers – op een dag geïntroduceerd. Een voorbeeld is Just Dance. ‘Dat zijn korte dansvideo’s die via het digibord afgespeeld worden. YouTube staat er vol mee. Die zijn speciaal ontwikkeld om de concentratie bij leerlingen te verhogen en de kinderen weer energie te geven na bijvoorbeeld een rekenles. Maar er zijn ook genoeg leerkrachten die zelf energizers bedenken. Die kleine momenten helpen om beweging in de klas vanzelfsprekender te maken.’
Schoolpleinen
De expertgroep houdt zich ook bezig met de indeling van schoolpleinen. ‘We hebben afgelopen schooljaar buitenspeelmaterialen aangeschaft, maar ook bijvoorbeeld beweegpotten met energizers’, vertelt Susan. ‘Die materialen zijn natuurlijk fantastisch en we blijven onderzoeken of die het gewenste effect hebben op onze leerlingen.’
Soms werkt iets in de praktijk niet zoals verwacht: ‘Ik had een rekenles in estafettevorm op het schoolplein bedacht. Maar al snel bleek dat kinderen meer aan het rennen waren dan aan het rekenen. En dat is niet de bedoeling. Want voor de duidelijkheid: bij bewegend leren draait het wel eerst om leren, daarna pas om bewegen’, zegt Susan.
Leerkrachten zijn nodig
Om het sneeuwbaleffect van de dynamische schooldag te vergroten, is de expertgroep bezig met een intern onderzoek. ‘We onderzoeken waar onze kennis en kunde nodig zijn om scholen nog verder te helpen. Daarbij maken we gebruik van een enquête onder leerkrachten’, vertelt Susan. Want de leerkracht is degene die de kinderen daadwerkelijk in beweging brengt. ‘Daarom helpen we hen om op ideeën te komen. Daarbij is iedere leerkracht anders, want de een is van zichzelf heel sportief en denkt meteen aan sport. De ander houdt van spelletjes en raakt daar enthousiast van. Daarnaast heeft iedere school andere mogelijkheden qua ruimtes. Op de Quintusschool, waar ik werk, hebben we een bos, een voetbalveld en tenniscomplex in de buurt. Ruimte genoeg om te bewegen dus. En ook op OBS De Wissel is veel ruimte om te bewegen en hebben we bijvoorbeeld een voetbalkooi en veldje voor de school.’
Motorlab
Twee Baasis-scholen zijn afgelopen schooljaar samen met de Academie Lichamelijke Opvoeding (ALO) het Hanzeproject gestart. Dat betekent dat vier van de dertien ‘Baasis’-scholen momenteel een eigen visie op bewegend onderwijs ontwikkelen. ALO-studenten helpen daarbij met bijvoorbeeld motorlabs. Er zijn steeds meer leerlingen die moeite hebben met wat er op school gevraagd wordt. Daar helpt een motorlab, afkomstig uit de Verenigde Staten, bij. Het is een bewegingscircuit met zo’n acht beweegonderdelen op het gebied van bijvoorbeeld taal of rekenen. Uit onderzoek blijkt dat de motoriek, het gedrag en de cognitieve vaardigheden van de leerlingen erop vooruitgaan door het motorlab.
Volgens Susan is de samenwerking met de ALO-studenten dan ook een enorme boost voor de dynamische schooldag. ‘Het is een mooie manier van samenwerken, die we alle scholen van Baasis gunnen. Want bewegend onderwijs houdt niet op bij een energizer, het gaat ook over een goede dagindeling, het schoolplein en bewegend leren. Over de manier waarop je structureel vormgeeft aan een schooldag. We zijn er trots op dat er steeds meer bewustzijn ontstaat over bewegend leren.’