Voor hoogbegaafde kinderen is school soms nog best een uitdaging. Ze kunnen anders denken, kunnen meestal sneller leren en door een grotere gevoeligheid soms heftiger reageren dan andere leerlingen in hun klas. Ze lopen daardoor eerder tegen uitdagingen aan. Om hoogbegaafde leerlingen te helpen, heeft Stichting Baasis een expertgroep opgericht. Directeur Rudie Bilder en schoolcoördinator Patricia Visscher van obs Brinkschool in Haren vertellen erover.
De expertgroep hoogbegaafdheid is er voor alle dertien scholen van Baasis en bestaat uit vier leerkrachten die speciaal zijn opgeleid om kinderen met hoogbegaafdheid te begeleiden. ‘We noemen ze plusleerkrachten’, zegt Rudie. ‘Want leerlingen die vastlopen door hun hoogbegaafdheid krijgen een keer per week een dagdeel les in de plusklas. We hebben in totaal vijf clusters verdeeld over onze dertien scholen. Elk cluster heeft zijn eigen vaste plusklasleerkracht. Per kind kijken we wat de vraag is, wat het kind nodig heeft en de plusleerkracht speelt daar vervolgens op in en ontdekt samen met de groepsleerkracht wat de uitdaging van de leerling is.’
De plusleerkrachten zijn er niet alleen voor leerlingen, ook informeren ze leerkrachten en intern begeleiders en organiseren ze jaarlijks bijeenkomsten over hoogbegaafdheid. ‘Daar geven ze bijvoorbeeld tips over hoe je omgaat met hoogbegaafde leerlingen of hoe je hoogbegaafdheid signaleert. De expertgroep is het aanspreekpunt en neemt de rest van de organisatie goed mee met hun kennis’, zegt Rudie.
Dichtbij
De leerlingen krijgen les op een plek die goed bereisbaar is. In Haren bijvoorbeeld, zitten de twee ‘Baasis’-scholen: obs De Wissel en obs Brinkschool en in het nabij gelegen Glimmen zit IKC Quintusschool. Leerlingen voor de plusklas komen een keer per week op één plek in Haren bij elkaar. Patricia: ‘We willen graag de leerlingen op, of dichtbij hun eigen school houden, daarom bieden we ze onderwijs op een van de scholen in de buurt.’
Screening
Stichting Baasis wil hoogbegaafdheid het liefst al zo vroeg mogelijk bij kinderen signaleren. Alle scholen binnen stichting Baasis maken daarom gebruik van een signaleringsinstrument hoogbegaafdheid. De kleuters op de Brinkschool worden bijvoorbeeld na de eerste drie weken op school gescreend. Dan kijken we al of sommige kinderen wat meer aankunnen dan anderen. Dat doen we ook om onderpresteren tegen te gaan’, legt Rudie uit. ‘Die screening doen we vervolgens ook nog een keer in groep 3 en in groep 5. Maar ook een leerkracht kan tussentijds zeggen: die leerling valt op. Zo blijven we goed kijken naar wat een leerling nodig heeft.’
Faalangst
Het kan dan maar zo zijn, dat de leerling een plek krijgt in de plusklas. Daar leren (hoogbegaafde) kinderen met een hulpvraag dankzij het goede werk van de plusleerkrachten en de expertgroep vooral hoe om te gaan met de uitdagingen waar ze tegenaanlopen. ‘De kenmerken van hoogbegaafdheid zorgen er soms voor dat kinderen niet optimaal laten zien wat ze kunnen. Dit noemen we onderpresteren. Ook een verminderde motivatie en moeite hebben met zelfbeheersing en leren en plannen kan voorkomen. Door hier in de plusklassen op in te zetten, hopen we de kinderen beter voor te bereiden op het voortgezet onderwijs. De kinderen leren ook dat ze fouten mogen maken en hoe je ermee omgaat als het even tegenzit’, zegt Rudie.
Tot bloei
Een enorme winst van de plusklassen is dat hoogbegaafde leerlingen op een vast moment in de week gelijkgestemden ontmoeten. Een feest der herkenning voor velen. ‘Veel hoogbegaafde kinderen voelen zich in hun eigen klas niet begrepen, terwijl ze in de plusklas samenwerken met leerlingen die hen wel snappen’, zegt Patricia. ‘Kinderen worden getriggerd in de plusklas, ze moeten even flink aan de bak. Ze krijgen extra uitdagende opdrachten. Een ochtend in plusklas geeft ze energie voor de rest van de schoolweek. Kinderen die in de klas heel stil of juist heel druk zijn, komen tot bloei in de plusklas. In de plusklas kunnen hoogbegaafde leerlingen even zichzelf zijn. Dat geeft een boost aan hun zelfvertrouwen en motivatie.