Bovenschoolse plusklas 9 3/4

Bovenschoolse plusklas 9 3/4

(Hoog)begaafde kinderen hebben onderwijs op maat nodig. Dit betekent dat er in de organisatie van de zorg op een school naar de onderwijsbehoefte van deze kinderen wordt gekeken en aan wordt tegemoetgekomen. Zij krijgen verkorte instructies en compacte leerstof.  Zo ontstaat er ruimte voor verrijking (Levelwerk) in de eigen klas. Blijkt dit aanbod niet voldoende te zijn en heeft een leerling meer uitdaging en samenwerking met gelijkgestemden nodig, dan kan aan de hand van een hulpvraag plaatsing in een plusklas een goede oplossing zijn.

In de plusklas wordt een programma aangeboden waarin leren leren, leren denken en leren leven centraal staat. De plusklas is vooral gericht op de aanpak van een opdracht en minder gericht op het resultaat. Een moeilijke som uitrekenen kunnen (hoog)begaafde kinderen namelijk wel. Belangrijker is dat ze inzicht krijgen in hun eigen leerproces. Onderwerpen die niet in het reguliere curriculum aangeboden worden, worden meestal in projectvorm aangeboden. U kunt hierbij denken aan archeologie, architectuur, programmeren, mythologie, filosofie, schaken, onderzoek, optische illusies, e.d.

De kinderen komen volgens een bepaald rooster naar 9 ¾. De ouders zijn verantwoordelijk voor eventueel vervoer.

Voor verdere informatie kunt u de beleidsnotitie ’Kwaliteitskaart bovenschoolse plusklas ‘ van Stichting Baasis inzien. Mocht u nog vragen hebben, neem dan vooral contact met ons op. 

Plaatsingsprocedure

Als er voor een leerling een hulpvraag is, die niet op de eigen school opgelost kan worden, dan kan de intern begeleider (CPO) deze leerling aanmelden voor de bovenschoolse plusklas. De aanmelding vindt plaats in afstemming met de leerkracht, de specialist hoogbegaafdheid (indien aanwezig) en na toestemming van de ouders.
De leerling moet beschikken over de leer-en persoonlijkheidskenmerken van (hoog)begaafdheid. Een toelatingscommissie van de school bepaalt of een leerling plaatsbaar is of niet. Deze bestaat uit:
– de Intern Begeleider (CPO);
– de plusklas leerkracht/ de specialist hoogbegaafdheid;
– de schooldirecteur.

De toelatingscriteria

  • De leerling dient te voldoen aan meerdere leereigenschappen passend bij (hoog)begaafde leerlingen. Hiervoor maakt de school gebruik van een signaleringsinstrument, zoals het Digitaal Handelingsprotocol Hoogbegaafdheid of een volledig ingevuld SIDI protocol.
  •  Een IQ test is geen noodzakelijke voorwaarde of garantie voor plaatsing. 
  • De leerling heeft ondanks het aanbod van een gecompact lesprogramma en verrijking in de klas dringend behoefte aan ontmoeting met gelijkgestemden (peers).
  • De leerling vertoont geen storend gedrag. Bij het belemmeren van het eigen leerproces of dat van medeleerlingen in de plusklas kan door de toelatingscommissie worden besloten tot uitstroom uit de plusklas en wordt in overleg met de school en de betreffende ouders naar een passende oplossing gezocht.
  • Door onderpresteren van de leerling kan een leerachterstand zijn ontstaan op één of meerdere leergebieden. Dit kan een criterium zijn voor toelating. 
  • De toelatingscommissie kan om een nader onderzoek en/of observatie van de leerling vragen. Bij een onduidelijk beeld kan een IQ-test worden afgenomen of door de ouders worden geregeld bij een erkend instituut. Op grond van de verstrekte gegevens beslist de plaatsingscommissie over toelating.