• 13 basisscholen
  • 2500+ leerlingen
  • 250+ collega’s

Nieuws

Een schooldag vol energie

Bij Stichting Baasis is beweging een vanzelfsprekend onderdeel van leren en ontwikkelen. Van een korte danspauze na een intensieve rekenles tot taalopdrachten op het plein of tafels oefenen met een stuiterbal: kinderen leren met hun hoofd én hun lijf. Zo ontstaat een schooldag die energie geeft, concentratie verbetert en kinderen helpt om met plezier nieuwe stappen te zetten. En dat allemaal dankzij het harde werk van de expertgroep dynamische schooldag, die zelf ook een hekel heeft aan stilzitten. Susan Menger, kartrekker van de groep. ‘We maken leren inzichtelijker en actiever.’

Alle scholen van Stichting Baasis zijn vertegenwoordigd in de expertgroep, die bestaat uit vak- en groepsleerkrachten. Susan, gymleerkracht op IKC Quintusschool in Glimmen en OBS De Wissel in Haren: ‘Samen komen we met ideeën om beweging een belangrijkere plek te geven tijdens een schooldag. Dat doen we praktisch door zelf gymlessen te geven aan leerlingen, maar ook door meer bewustzijn te creëren over de voordelen van een dynamische schooldag. Samen met de andere leden van de expertgroep wil ik dat bewegen zich als een sneeuwbal verspreidt over onze scholen.’

Beweegmomenten inroosteren

De expertgroep moedigt scholen aan om beweegmomenten in te roosteren. ‘Een goede verdeling van beweging op de dag is belangrijk. Als een klas voor de pauze een gymles heeft gehad, kan het beweegmoment mooi wat later op de dag. Bijvoorbeeld op het schoolplein’, vertelt Susan.
Ook heeft de expertgroep korte beweegmomenten – energizers – op een dag geïntroduceerd. Een voorbeeld is Just Dance. ‘Dat zijn korte dansvideo’s die via het digibord afgespeeld worden. YouTube staat er vol mee. Die zijn speciaal ontwikkeld om de concentratie bij leerlingen te verhogen en de kinderen weer energie te geven na bijvoorbeeld een rekenles. Maar er zijn ook genoeg leerkrachten die zelf energizers bedenken. Die kleine momenten helpen om beweging in de klas vanzelfsprekender te maken.’

Schoolpleinen

De expertgroep houdt zich ook bezig met de indeling van schoolpleinen. ‘We hebben afgelopen schooljaar buitenspeelmaterialen aangeschaft, maar ook bijvoorbeeld beweegpotten met energizers’, vertelt Susan. ‘Die materialen zijn natuurlijk fantastisch en we blijven onderzoeken of die het gewenste effect hebben op onze leerlingen.’
Soms werkt iets in de praktijk niet zoals verwacht: ‘Ik had een rekenles in estafettevorm op het schoolplein bedacht. Maar al snel bleek dat kinderen meer aan het rennen waren dan aan het rekenen. En dat is niet de bedoeling. Want voor de duidelijkheid: bij bewegend leren draait het wel eerst om leren, daarna pas om bewegen’, zegt Susan.

Leerkrachten zijn nodig

Om het sneeuwbaleffect van de dynamische schooldag te vergroten, is de expertgroep bezig met een intern onderzoek. ‘We onderzoeken waar onze kennis en kunde nodig zijn om scholen nog verder te helpen. Daarbij maken we gebruik van een enquête onder leerkrachten’, vertelt Susan. Want de leerkracht is degene die de kinderen daadwerkelijk in beweging brengt. ‘Daarom helpen we hen om op ideeën te komen. Daarbij is iedere leerkracht anders, want de een is van zichzelf heel sportief en denkt meteen aan sport. De ander houdt van spelletjes en raakt daar enthousiast van. Daarnaast heeft iedere school andere mogelijkheden qua ruimtes. Op de Quintusschool, waar ik werk, hebben we een bos, een voetbalveld en tenniscomplex in de buurt. Ruimte genoeg om te bewegen dus. En ook op OBS De Wissel is veel ruimte om te bewegen en hebben we bijvoorbeeld een voetbalkooi en veldje voor de school.’

Motorlab

Twee Baasis-scholen zijn afgelopen schooljaar samen met de Academie Lichamelijke Opvoeding (ALO) het Hanzeproject gestart. Dat betekent dat vier van de dertien ‘Baasis’-scholen momenteel een eigen visie op bewegend onderwijs ontwikkelen. ALO-studenten helpen daarbij met bijvoorbeeld motorlabs. Er zijn steeds meer leerlingen die moeite hebben met wat er op school gevraagd wordt. Daar helpt een motorlab, afkomstig uit de Verenigde Staten, bij. Het is een bewegingscircuit met zo’n acht beweegonderdelen op het gebied van bijvoorbeeld taal of rekenen. Uit onderzoek blijkt dat de motoriek, het gedrag en de cognitieve vaardigheden van de leerlingen erop vooruitgaan door het motorlab.

Volgens Susan is de samenwerking met de ALO-studenten dan ook een enorme boost voor de dynamische schooldag. ‘Het is een mooie manier van samenwerken, die we alle scholen van Baasis gunnen. Want bewegend onderwijs houdt niet op bij een energizer, het gaat ook over een goede dagindeling, het schoolplein en bewegend leren. Over de manier waarop je structureel vormgeeft aan een schooldag. We zijn er trots op dat er steeds meer bewustzijn ontstaat over bewegend leren.’

‘We laten kinderen ervaren dat lezen leuk is’

Leren lezen opent voor kinderen een wereld vol verhalen en geeft hen kennis en zelfvertrouwen. Juist nu het leesniveau van kinderen landelijk onder druk staat, is het belangrijk dat scholen samen blijven zoeken naar wat werkt. De expertgroep lezen van Stichting Baasis helpt daarbij door kennis, goede voorbeelden en ervaringen te delen. Sanne Tebbens is een van de kartrekkers van de expertgroep lezen.

Wat van het werk van de expertgroep is te merken, is volgens Sanne vooral dat lezen steeds centraler in de school wordt georganiseerd. ‘We willen graag een sterke lijn van groep 1 tot en met groep 8. Bijvoorbeeld door dagelijks allemaal op hetzelfde moment met lezen te starten en er als school bewust tijd voor vrij te maken’, zegt Sanne, die ook coördinator en leerkracht van groep 3 is op IKC Het Oelebred van Baasis.

Die aandacht blijft nodig, benadrukt ze. ‘Het leesonderwijs gaat landelijk achteruit en daar zijn we ons heel bewust van. Juist daarom vinden we dat er voor het basisonderwijs een belangrijke taak ligt. Die taak nemen we binnen Stichting Baasis serieus.’ Door elkaar binnen de expertgroep te blijven opzoeken, houden collega’s elkaar scherp. ‘Iedereen organiseert het leesonderwijs op zijn eigen manier. Door ervaringen te delen en elkaar tips te geven, kun je van elkaar leren.’

Leesplezier

‘Lezen is bovendien steeds vaker verbonden met andere vakken. Zo sluiten teksten aan op thema’s over bijvoorbeeld geschiedenis of aardrijkskunde. ‘Daardoor krijgen verhalen en teksten meer betekenis voor kinderen.’ Naast de inhoudelijke kant blijft leesplezier een belangrijk uitgangspunt van de expertgroep. ‘We willen kinderen laten ervaren dat lezen leuk is.’

Dat gebeurt bijvoorbeeld door samen te werken met de Bibliotheek op School, door kinderen te helpen bij het vinden van boeken die bij hen passen en door elke dag tijd te maken om te lezen in de klas. Soms lezen kinderen zelfstandig, soms klassikaal of in groepjes. ‘En daarna erover praten hoort daar ook bij. Het samen beleven van verhalen maakt lezen levend’, zegt Sanne.

Meerwaarde

Om alle leerkrachten binnen Baasis te helpen met goed leesonderwijs, wil de expertgroep updates delen, via een nieuwsbrief. ‘Daarin vertellen we onze ideeën. Maar het meeste effect heeft toch een bijeenkomst met een concreet onderwerp’, vertelt Sanne, die samen met haar collega Renske het organisatorische gedeelte van de expertgroep op zich neemt. Zo waren er vorig schooljaar vier bijeenkomsten.

‘Daarvoor nodigden we gastsprekers uit. Een van de bijeenkomsten ging over ‘Focus op TOS’. Jojanneke Cats vertelde daar over een campagne om bewustzijn te creëren voor taalontwikkelingsstoornissen bij kinderen. Daar hebben we binnen Baasis zelf minder kennis over. De tips die we dan krijgen, kunnen we meteen toepassen in ons werk.’

Een ander voorbeeld is de bijeenkomst met Baukje Bruins over de brugperiode van groep 2 naar groep 3. ‘Een belangrijk inzicht dat we daar kregen, is dat hoe groter de interesse is in lezen en schrijven bij een leerling in groep 2, hoe groter de kans op succes in groep 3 is.’

Ierland

In november 2026 staat er een studiereis naar Ierland gepland. ‘Het onderwijs in Ierland stond op het gebied van lezen ooit onderaan, maar is flink verbeterd. We willen daar ontdekken hoe dat is gelukt. Er gaan niet alleen leden van de expertgroep mee, maar ook andere meesters en juffen. Na de reis bekijken we samen hoe we de opgedane kennis binnen Stichting Baasis kunnen gebruiken in ons leesonderwijs.’

Blijf (voor)lezen!

Ook buiten school hoopt Sanne dat kinderen met lezen in aanraking blijven komen. ‘De tendens is dat kinderen andere dingen vaak leuker vinden en minder vaak een boek aanraken. Juist daarom is het belangrijk dat ze voorbeelden om zich heen hebben. Als je zelf leest en laat zien dat samen verhalen ontdekken leuk is, geef je dat mee.’ Sannes oproep is dan ook eenvoudig: blijf (voor)lezen, blijf samen boeken ontdekken en laat kinderen zelf ervaren wat lezen kan doen met hun verbeelding.

Onderzoek mogelijke bestuurlijke fusie Baasis en PrimAH

Stichting Baasis en Stichting PrimAH onderzoeken of een gezamenlijke bestuurlijke organisatie kan bijdragen aan het duurzaam versterken van het openbaar onderwijs in onze regio. Beide besturen hebben in oktober 2025 besloten deze verkenning te starten, met als doel zorgvuldig te onderzoeken of een bestuurlijke samenwerking kan bijdragen aan toekomstbestendig openbaar onderwijs.

In het onderzoek staat centraal of een gezamenlijke organisatie kan bijdragen aan het behouden en verder versterken van de onderwijskwaliteit, het beter benutten van kennis en expertise, aantrekkelijk werkgeverschap en een financieel en organisatorisch krachtige organisatie die klaar is voor de toekomst.

Het onderzoek bevindt zich momenteel in de verkennende fase. Onder leiding van de bestuurders J.A. Kleyberg (PrimAH) en F. Kingma (Baasis) werken medewerkers uit beide organisaties in verschillende onderzoeksgroepen samen aan een zorgvuldig beeld van beide organisaties. Schoolleiders, stafmedewerkers, specialisten en leerkrachten brengen gezamenlijk de overeenkomsten, verschillen, kansen en aandachtspunten in kaart. Daarnaast vinden kennismakingen plaats tussen onder meer directeuren, de Raden van Toezicht en de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraden, zodat ook op bestuurlijk en organisatorisch niveau kennis en ervaringen worden gedeeld.

Uit de eerste verkenningen blijkt dat beide organisaties veel dezelfde ambities delen als het gaat om kwalitatief goed openbaar onderwijs voor kinderen. Tegelijkertijd worden ook verschillen in werkwijzen, organisatie en cultuur zorgvuldig onderzocht. Daarbij wordt gekeken welke verschillen een eventuele samenwerking kunnen bemoeilijken en welke juist kansen bieden om van elkaar te leren en elkaar te versterken.

Voor leerlingen, ouders/verzorgers en scholen verandert er gedurende het onderzoek niets. Scholen blijven het onderwijs verzorgen zoals zij dat gewend zijn. Het onderzoek richt zich uitsluitend op de vraag of een bestuurlijke fusie op de langere termijn van meerwaarde kan zijn voor de kwaliteit en continuïteit van het openbaar onderwijs.

De onderzoeksfase loopt door tot eind 2026. Daarna worden alle bevindingen samengebracht in een onderzoeksrapport. Op basis daarvan beoordelen beide besturen of een bestuurlijke fusie wenselijk en haalbaar is. Mocht het onderzoek uiteindelijk leiden tot een voorgenomen fusiebesluit, dan worden ouders actief betrokken via een ouderraadpleging GMR voordat verdere besluitvorming plaatsvind.

Baasis en PrimAH hechten waarde aan een zorgvuldig, transparant en gedragen proces. Daarom blijven beide organisaties medewerkers, ouders/verzorgers en andere belangstellenden gedurende het onderzoek informeren over de voortgang en belangrijke ontwikkelingen.

Samen met André Kuipers de kwetsbare aarde bekijken: ‘Nu snap ik het echt’

‘Een hele happening, verbluffend en spannend, maar vooral heel leerzaam.’ Zo omschrijft Robert Emmelkamp, directeur en leerkracht van de Quintusschool in Glimmen het bezoek aan de Spacebuzz. Want dit voorjaar stond er een heuse spaceshuttle op het schoolplein, waarin leerlingen van groep 7 en 8 virtueel – en onder begeleiding van astronaut André Kuipers – vanuit de ruimte konden kijken naar de aarde. ‘Leerlingen raken zo nog bewuster van de kwetsbaarheid van onze planeet.’

De ruimtereis in de Spacebuzz – die bijna alle scholen van Stichting Baasis aandeed – duurde zo’n 15 minuten. Genoeg tijd om indruk achter te laten bij de leerlingen, zag Robert. ‘Iedereen krijgt een VR-bril op, je voeten bungelen boven de grond en als je naar beneden kijkt, lijkt het alsof je zweeft. Het is alsof je met de raket de ruimte in gaat. Dus je stijgt op en de shuttle trilt en maakt rare geluiden, zeker als je door de dampkring gaat. Het is echt spannend, daarom is de ruimtereis alleen geschikt voor onze bovenbouwleerlingen.’

Zorgen voor de aarde
Tijdens de reis neemt André Kuipers de jonge astronauten mee door de ruimte en laat hij de kwetsbaarheden van de aarde zien. ‘Je ziet bijvoorbeeld hoe het oerwoud krimpt, hoe de zee opwarmt en leert hoe belangrijk algen zijn voor de productie van zuurstof. Ook zie je het noorderlicht en reis je naar de maan. Dan zie je pas goed hoe kwetsbaar de aarde is’, vertelt Robert. ‘De Spacebuzz brengt de wereld naar kinderen toe en laat hen inzien dat ze goed voor onze planeet moeten zorgen. Want die verantwoordelijkheid ligt bij de mens, dus ook bij onze leerlingen.’

Fantastische ervaring
De reacties van de leerlingen waren enthousiast. ‘Ze vonden het fantastisch. Een van de kinderen zei: ‘Onze meester kan het allemaal heel goed uitleggen, maar door de Spacebuzz heb ik ervaren hoe het echt zit’. Ook de andere leerlingen vonden het heel leuk en erg leerzaam’, vertelt Robert. ‘Eigenlijk kan hier geen aardrijkskundeles tegenop. Door iets te ervaren, snap je iets vaak pas goed.’

Wereldburgers
Het bezoek aan de Spacebuzz past heel goed bij het onderwijs dat Stichting Baasis geeft. ‘We leiden op onze scholen wereldburgers op. Want we wonen niet alleen in Glimmen of in Zuidlaren, we leven ook in Nederland en Europa en zijn onderdeel van de wereld’, zegt Robert. ‘Daarom willen we dat leerlingen beseffen dat ze keuzes moeten maken voor de toekomst van de aarde. Die beginnen al klein in hun eigen omgeving. Welke boodschappen haal je? Waar bestel je online je spullen? Of met welk vervoer ga je op reis?’

De ruimtereis is zo goed bevallen dat Stichting Baasis van plan is om de Spacebuzz eens in de twee jaar te laten opstijgen. Robert: ‘Want het is een fantastische ervaring die we elke leerling van groep 7 en groep 8 gunnen. Maar het belangrijkste is dat ze met eigen ogen ervaren hoe kwetsbaar de aarde is. Dat willen we onze leerlingen graag meegeven.’

Taalschool De Atalanta kan door: ‘Nieuwkomers verdienen een goede start’

Goed nieuws voor leerlingen en medewerkers van Taalschool De Atalanta in Eelde. Gemeente Tynaarlo en Stichting Baasis hebben het convenant, waarin afspraken staan over de samenwerking, verlengd. Dat betekent dat kinderen van nieuwkomers ook de komende jaren verzekerd zijn van een goede start in het Nederlandse onderwijs. ‘Daar zijn we enorm blij mee’, zegt Leonie Magnin, directeur van De Taalschool en obs De Veenvlinder.

Eigenlijk was het verlengen van het convenant een formaliteit, vertelt Leonie. ‘We hebben al jaren een prettige samenwerking met de gemeente Tynaarlo. Beide partijen vinden het onderwijs voor nieuwkomers heel belangrijk en zijn blij met de kennis en kunde die het team van Taalschool De Atalanta door de jaren heen heeft opgebouwd. We zien samen het belang in van het onderwijs voor deze groep kinderen. We trekken daarin echt samen op.’

Taalschool De Atalanta is zoals gezegd bedoeld voor nieuwkomers. ‘Kinderen van het asielzoekerscentrum in Paterswolde komen hier allemaal naartoe, maar ook kinderen uit Oekraïne of leerlingen die door gezinshereniging naar Nederland zijn gekomen en in de gemeente Tynaarlo wonen’, vertelt Leonie. De school is voor kinderen van 6 tot 12 jaar.  ‘Kleuters van 4 en 5 jaar gaan naar een reguliere basisschool, omdat zij daar sneller de Nederlandse taal oppikken.’

Niet te vergelijken
De leerlingen van de taalschool hebben vooral behoefte aan onderwijs en een veilige, warme omgeving waarin zij zich welkom en gezien voelen. ‘Ze spreken bij binnenkomst vaak geen woord Nederlands en zijn soms helemaal niet bekend met een schoolse omgeving. Of zijn getraumatiseerd’, vertelt Leonie. ‘Het is bijna niet te vergelijken met het onderwijs op reguliere scholen. Het draait vooral om taalonderwijs, maar we geven bijvoorbeeld ook rekenen, muziek en biologie. We hebben nu drie klassen van maximaal vijftien kinderen en kijken vooral naar de ontwikkeling van het individu.’

Gemiddeld kost het vijf jaar dat een leerling de Nederlandse taal volledig eigen is. ‘Maar dat verschilt natuurlijk per kind. De meeste leerlingen bezoeken de taalschool 40 tot 60 schoolweken en stromen daarna uit naar een reguliere school. We toetsen onze leerlingen heel vaak zodat we een goed beeld hebben van de ontwikkeling. De gemeente onderschrijft uiteraard ook het belang van goed onderwijs aan deze doelgroep. Het doel is om leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op een start in het reguliere onderwijs. Dat kan op een school van Stichting Baasis zijn, maar het komt ook vaak voor dat leerlingen ineens weggaan, omdat ze naar een ander AZC in Nederland verhuizen of elders in het land een woning krijgen toegewezen.’

Onder een dak
Als kinderen wel in Eelde of Paterswolde blijven wonen, kiezen ze vaak voor De Veenvlinder. ‘Daarom is De Veenvlinder een heel rijk gekleurde school met veel kinderen met een niet-Nederlandse achtergrond. Daar ben ik blij mee. Want dit is onze maatschappij’, zegt Leonie. ‘We leren van elkaar en respecteren elkaar. Dat is waar Stichting Baasis voor staat. Daarom is het helemaal goed dat De Veenvlinder en Taalschool Atalanta in 2026 in hetzelfde gebouw komen. Dan zitten we onder één dak. Dat komt de integratie nog meer ten goede.’

Stabiliteit
Leonie is ook blij met het vaste team dat al jaren werkzaam is op de taalschool. ‘De samenstelling is stabiel, terwijl onze omgeving dat niet is. Door de oorlog in Oekraïne bijvoorbeeld, kregen we ineens veel kinderen uit dat land. Dan is het fijn dat we kunnen terugvallen op de ervaring en stabiliteit van ons team. Daarom zijn we ook blij met de steun die we vanuit het bestuur van Stichting Baasis en vanuit de gemeente krijgen. We overleggen regelmatig hoe we het onderwijs zo goed mogelijk kunnen inrichten. Dat is fijn, want ik weet uit verhalen van collega’s elders in het land ook dat dat anders kan.’

Groei in actie: het verhaal van Bertjan bij Stichting Baasis

“Je kunt niet van kinderen vragen om te groeien, als je dat zelf niet durft.”

Bertjan Koops van ‘t Jagt is schoolcoördinator op OBS Ter Borch. In dit interview vertelt hij hoe groei, leren en ontwikkelen voor hem geen abstract beleid is, maar dagelijkse praktijk voor zichzelf, voor het team en voor de stichting als geheel.

Groeien begint bij jezelf
Voor Bertjan is persoonlijke ontwikkeling geen bijzaak. “Ik ben best kritisch op mezelf,” vertelt hij. “Ik probeer eerst naar mijn eigen handelen te kijken voordat ik iets buiten mezelf leg.” Die houding sluit naadloos aan bij hoe hij Stichting Baasis ervaart: een organisatie waar ruimte is om te leren, vragen te stellen en keuzes te maken die bijdragen aan je ontwikkeling.

Die ruimte voelde hij al vanaf zijn start. Toen hij begon bij OBS Ter Borch was hij net gestart met de schoolleidersopleiding. Eén voorwaarde had hij wel, zijn tweede opleidingsjaar wilde hij afronden. “Dat was geen discussiepunt. Er werd meteen gezegd: natuurlijk, dat regelen we. Dat gaf direct het gevoel dat we op één lijn zaten als het gaat om ontwikkeling.”

Van leerkracht naar leidinggevende
Bertjan begon ooit voor de klas, maar merkte op een gegeven moment dat het begon te knagen. “Op een gegeven moment merkte ik dat ik toe was aan een volgende stap in mijn eigen ontwikkeling.” Dat besef bracht hem richting een leidinggevende rol, niet omdat hij het onderwijs wilde verlaten, maar juist omdat hij zich binnen het onderwijs verder wilde ontwikkelen.

De overstap maakte hij bewust op een nieuwe school. “In een nieuw team starten in een nieuwe functie maakte het makkelijker. Er was geen vast beeld van mij als ‘die ene collega’, waardoor ik echt in die rol kon groeien.”

Ontwikkeling als gezamenlijke verantwoordelijkheid
In zijn huidige rol ziet Bertjan hoe belangrijk het is om ook anderen ruimte te geven om te groeien. “We proberen teamleden te faciliteren in tijd en ruimte, zodat ze zich kunnen ontwikkelen op een manier die past bij henzelf én bij de school.” Dat vraagt soms ook kwetsbaarheid. Groei brengt onzekerheid met zich mee. Durven zeggen: ik weet het even niet, dát is kracht.”

Die openheid is volgens hem voelbaar in het team. In gesprekken, tijdens lesbezoeken, maar ook gewoon bij de koffie. “Als het te snel gaat, wordt dat uitgesproken. Als iemand iets nodig heeft om zich te ontwikkelen, dan is daar ruimte voor. Dat ontstaat alleen als je het gesprek echt met elkaar voert.”

Zichtbaarheid maakt het verschil
Wat Bertjan sterk waardeert aan Stichting Baasis, is de betrokkenheid vanuit de organisatie. “Mensen van het stafbureau komen letterlijk de school in. Ze vragen hoe het gaat, hoe je je voelt in je werk, waar je tegenaan loopt.” Niet omdat het moet, maar omdat het helpt. “Die zichtbaarheid maakt dat je je gehoord voelt en dat maakt ontwikkelen makkelijker.”

Ook tussen scholen onderling wordt kennis gedeeld. In werkgroepen, samenwerkingen en informele contacten. “Niet iedereen hoeft alles zelf uit te vinden. Als iets werkt, deel je het. En als het niet past, laat je het liggen, ook dat is prima.”

Waarom groei onmisbaar is
Waarom is groei, leren en ontwikkelen zo belangrijk voor Stichting Baasis? Voor Bertjan is dat helder: “We werken met kinderen. Van hen verwachten we dat ze zich ontwikkelen, ieder op hun eigen manier. Dan kunnen wij als professionals niet zeggen: voor ons geldt dat niet.”

Volgens hem vraagt goed onderwijs om professionals die blijven kijken, blijven leren en durven aanpassen. “Het hoeft niet perfect. Dat kan ook niet. Maar je moet wel elke dag een klein beetje beter willen zijn.”